maandag 23 december 2013

Hoe groot kan het contrast zijn?

Zondagochtend 7:45 uur, op weg naar het vliegveld. We gaan niet door de stad, maar nemen de village route. Daar heb je minder kans op files en drukte. We rijden door de dorpen, ontwijken wat flinke gaten in de weg en passeren een riksja met zo’n 10 man plus wat koffers erin (wist niet dat dat paste). Veel te kijken, een prima ritje en na een uur zijn we er.

Op het vliegveld Bangalore gaat het nog bijna mis. Hier gaat niets snel , zelfs niet als je via internet al ingecheckt hebt.  Bij de douane eerst naar de “data check”. We denken dat ze daar checken of we ook echt wonen waar we zeggen te wonen, de papieren van de vreemdelingenpolitie worden aandachtig doorgenomen. Maar zeker weten we het niet. Daarna nog naar een ander loket, waar een andere ambtenaar de papieren nog eens bekijkt. Op zijn dooie gemak. Domtiedomtiedom.  Hij neemt onze visa nog eens goed door, vraagt ons 2 keer wanneer we weer terug komen en uiteindelijk kunnen we door naar de Security Check.

Waar blijkt dat één van de ingevulde formulieren tussen de Douane Desk en de Security Desk is verdwenen. Security stuurt ons terug. Daar vullen we als een gek nog zo’n blaadje in en dan kunnen we snel door richting het vliegtuig. Gehaald gelukkig.

Een paar uur later, vliegveld Dubai. We stappen in de taxi en rijden weg. En dan komt het, we krijgen er bijna de slappe lach van.  Alles is schoon. De bermen zijn keurig gekapt, er ligt geen afval, de snelweg (7-baans!) rijdt soepel en snel. Geen gat te bekennen. Ook geen voetganger, riksja, koe of tractor. Geen vrachtwagen met mensen in de laadbak. Geen handkarren of zwerfhonden. De auto’s zijn zonder uitzondering mooi, duur en schoon. “Het lijkt hier wel Nederlands India” zegt onze M. vol verbazing.

’s Middags in de stad wordt onze verbazing nog groter. Hier hoeven we niet zigzaggend en met gevaar voor eigen leven de straat over te steken, de auto’s stoppen gewoon voor ons! De gebouwen zijn blinkend en schoon en nieuw en er zijn zowaar voetgangersbruggen daar waar ze aan de straat aan het werk zijn. Mijn hemel, hoe groot kan een contrast zijn!

Het Dubai wat wij tot nu toe hebben gezien is een beetje zoals Zwitserland: schoon, mooi, opgeruimd, vriendelijk en…. hoe zal ik het zeggen…. een beetje saai. Zelfs onze M. zei vanmiddag “ik wil wel weer naar India straks, daar is het druk en gezellig”. Vrees dat we na 3 maanden India een beetje gedeformeerd zijn.

Morgen gaan we naar het oude centrum. Kijken of we daar een beetje reuring kunnen vinden….

woensdag 18 december 2013

Kerstmis

En dan woon je in een land waar kerstmis geen big deal is. Praktisch niet bestaat. Waar het grootste deel van de bevolking Hindoe is en helemaal geen kerst viert. Waar winkels wel wat kerstspullen hebben (een plank of 2, niet meer) en de internationale school wel een kerstboom heeft (een heel zielige), maar waar het niet echt van de grond wil komen.

De Amerikanen en Engelsen en Ieren in onze compound hebben nog wel hun best gedaan: lichtjes aan de huizen en in de bomen. Hoewel het er met Halloween een stuk spectaculairder uitzag, meen ik me te herinneren. Her en der spot ik een kerstboom. Een kleintje dan, grote zijn hier niet zo makkelijk te krijgen.

En weet je? Eerlijk? Ik mis het niet. Totaal niet. Wij zijn net verhuisd, dolblij dat de meeste dozen uit zicht zijn, internet en TV het na 3 weken eindelijk doen en we weer een gezellig huis hebben. De dozen met kerstballen en andere versiersels zijn braaf meeverhuisd, maar staan onuitgepakt in een kast.

Jongens, het is hier overdag 28 graden! Dan heb je toch geen kerstsfeer? Ik heb nog geen kerstlied gehoord of glühwein geroken en heb er ook helemaal geen zin in. Waar ik wel zin in heb? In onze vakantie naar de woestijn volgende week. En naar het strand. En ach, we hebben Sinterklaas al gehad, toch?

Wat ik wel mis? Of moet ik zeggen: wie ik wel mis? Want daar gaat het tenslotte toch om met de feestdagen. Ik mis mijn moeder, die dit jaar voor het eerst kerst moet vieren zonder mijn vader. En ik mis mijn vader, die er voor het eerst niet bij is. Gek dat het gemis na maanden ineens weer groter wordt. Dit jaar geen flauwe grapjes – die ik al 1000 keer heb gehoord – tijdens het eten. “En wat is het hoofdgerecht?” als we ons allemaal ongans hebben gegeten. Wat kon ik met mijn ogen draaien. En wat zou ik het nu graag nog eens horen…. Geen potjes hartenjagen met de hele familie en geen “oma Wilmy pasta en oma Cisca kippenpootjes”. Ik mis ook de rest van de familie, die we al 3 maanden niet hebben gezien. Mijn vrienden en vriendinnen. Die met wie we altijd oud en nieuw vieren. En alle andere.

Maar weet je ook? Die zijn er nog steeds, ook na de feestdagen. En zitten altijd in mijn hart en hoofd. Dus ga ik lekker naar Dubai deze kerst, smokkel wat flessen wijn mee in de koffer en ga genieten van kamelen, strand, woestijn en de hoogste toren ter wereld. Met mijn 4 mannen, die ik nooit wil missen. En dan is het goed.

Fijne kerst allemaal en voor 2014 een goede gezondheid, heel veel liefde en lol en alle goeds!





woensdag 11 december 2013

Internet

Het leven is hier soms net een klucht. Echt waar, ik overdrijf niet. Ontzettend grappig en hilarisch! Vooral achteraf….

Internet dus. Eén van de prioriteiten in ons nieuwe huis. Echtgenoot A. had flink voorwerk gedaan bij andere Nederlanders hier (Wat heb je nodig aan equipment? Wat is een goede provider? En zo nog meer) en op woensdagavond kwam de internetman langs. Goed gesprek gehad, providerkastje gekocht, allerlei kopieën overhandigd (paspoort en visum, inschrijving vreemdelingenpolitie) en een pasfoto. Op vrijdagochtend 12.00 uur zou een adrescheck plaats vinden (ja echt, er komt dan een andere man langs om te controleren of je er echt woont. Waarom? Geen idee. Maar het moet). En dan zouden we zaterdag voor 11 uur internet hebben.

Vrijdagochtend om 13 uur nog geen check gehad. Echtgenoot A. belt. Oh, er was wat tussen gekomen, andere afspraak, ze kwamen wel op zaterdag adres checken. Niks ervan! WIJ hebben een afspraak voor vandaag en na wat boos heen en weer bellen kwam er iemand in de loop van de middag checken of we er wonen. Wat we doen. Zaterdag voor 11 uur zouden we internet hebben. Echt.

Zaterdag om 12 uur nog niets. Even bellen maar weer. Nee, echt, om 17 uur was er internet. Echt. Om 17.15 niks. Weer bellen. Echt, om 20 uur is er internet. Manager aan de lijn gekregen die alleen nog wist toe te voegen “Binnen 2 dagen internet. Echt”. En daarna nam niemand van de betrokkenen de telefoon meer op. Nummer herkenning vrees ik ….

Op zondag niets. Op maandag niets. Wel contact met de helpdesk, maar die kende ons helemaal niet, had geen gegevens doorgekregen en kon internet dus ook niet activeren. Dinsdag weer bellen. De vertegenwoordiger die bij ons thuis was geweest is niet meer te traceren. Maar eindelijk iemand getroffen die wel weer opnieuw wil langskomen en de hele papieren santenkraam opnieuw wil komen ophalen (gelukkig heb ik nog 1 pasfoto liggen, die gaan hier werkelijk harder dan wc papier). Een nieuw kastje kopen hoeft niet.

De nieuwe man komt langs. Ik heb kopieën klaar liggen van de brief van Unilever (dat we echt op dit adres wonen), van het lidmaatschap van de club van de compound (waar ook naam en adres op staan), van mijn paspoort en van mijn visum. En een pasfoto natuurlijk. Probleempje: er moet een adres in het paspoort staan. “Dat staat niet in Nederlandse paspoorten. We hebben ook geen adres meer in Nederland. En ik wil ook geen internet in Nederland, ik wil HIER internet.” Tja, dat gaat niet zomaar. Het adres moet. De brief van Unilever en het lidmaatschapspasje zijn niet voldoende. Rijbewijs dan? Zelfde verhaal, staat ook geen adres op. Moeilijk moeilijk.

Dan maar via een omweg. Ik bel Nederlandse K. bij ons in de straat en zij helpt graag. Een kopie van het Indiase motorrijbewijs van haar Nederlandse man M., een kopie van zijn pasje van de belastingdienst en (uiteraard) een pasfoto. Hij heeft zijn adres al wel op een officieel pasje staan. Dat dat niet ons adres is, is geen probleem volgens de internetman. Bij de controle gewoon zeggen dat hij hier woont en er net even niet is. En dan hebben we morgenavond internet. Echt.

Not. De hele dag aan de lijn gezeten met de brave internetman, wanneer de adres check nou kwam. Verder was namelijk alles helemaal okay, verzekerde hij. En de adrescheck man zou komen. Echt! Om 20 uur zouden we internet hebben.

Om 20 uur was er nog niemand geweest en toen – ik zal het niet mooier maken dan het is – bén ik me toch tekeer gegaan tegen die arme man. Aan de telefoon. Op straat, want binnen heb ik een slechte verbinding (en ik vrees dat de halve straat mee heeft kunnen luisteren). Totáál uit mijn plaat ben ik gegaan. Alle frustraties kwamen eruit. Maar geen internet…

De volgende dag kregen we het verzoek om nog een kopie van het paspoort en het visum te regelen van vriend M. Was niet echt nodig waarschijnlijk, maar kon wel eens handig zijn. Per ommegaande geregeld. Zelfs de manager van de adressencheck nog aan de lijn gehad. Die zouden die dag langs komen, de papieren waren verder allemaal in orde. Alleen de check nog en dan zou de boel geactiveerd worden. Echt.

Je voelt hem al…. Geen check en geen activatie. Vanochtend (vrijdagochtend) belde de contactpersoon om te vertellen dat de hele aanvraag afgewezen was en dat we opnieuw moeten beginnen. Het liefst met de gegevens van onze hulp, want zij is Indiase en dat maakt alles makkelijker. Dat zij hier niet woont is van geen enkel belang. Zij heeft een officieel adres en dat is genoeg. En als de adreschecker dan komt, kunnen we gewoon zeggen dat ze net even niet thuis is. Zucht…..

Dus in plaats van schoonmaken en koken is onze hulp nu met de riksja naar huis om pasfoto’s en officiële documenten op te halen.

Ik snap er niets meer van en zie wel wanneer we internet krijgen. Of we ooit internet krijgen. Maar dat zal toch wel. Toch?

donderdag 21 november 2013

Thuis

Zodra ik ergens een jaar of 3 woon, gaat het weer kriebelen. Wil ik iets nieuws, iets anders. Een nieuwe omgeving, een ander uitzicht, nieuwe avonturen. Ik hecht niet zo aan één plaats. Zoals echtgenoot A. het ooit zo mooi verwoordde “Waar jij je jas hangt, ben je thuis”.

Ook om spullen geef ik niet heel veel. Houd best van mooie dingen en geef daar ook wel geld aan uit, maar gooi of geef ook gemakkelijk weg. En wat ik heb, moet wel gebruikt worden. Voor de sier, daar doe ik niet aan.

Een mooie schaal uit Polen die kapot valt? Jammer ja, maar het is niet anders. Boeken die ik al gelezen heb (met uitzondering van die speciale), mogen naar een ander. Heeft die er ook wat aan. Liever dus de boel veel gebruiken en af en toe verliezen. Liever spullen doorgeven dan dat het staat te verstoffen in een kast. Mijn herinneringen zitten voornamelijk in mij, niet in mijn spullen (herkenbaar, mam?).

Maar nu. Ik heb nog nooit zo erg als nu verlangd naar mijn spullen. Naar mijn eigen bank, mijn eigen schilderijen, mijn eigen handdoeken, zelfs naar mijn eigen achterlijke plastic vergiet. Naar mijn boeken, mijn foto’s, mijn bureau. Mijn bed, mijn weegschaal, mijn kleren.

Eigenlijk verlang ik gewoon naar een thuis. Een plek van mij, van ons. Waar het fijn is, warm en vertrouwd. Waar ik kan beginnen met het gezellig te maken (ja, oer-Hollands “gezellig”). En ik realiseer me ontzettend goed dat dit een luxe probleem is. We zitten niet slecht in ons tijdelijke appartement. Wat zeg ik, we zitten riant in ons tijdelijke appartement. Maar het is niet van ons.

Het is me weer heel duidelijk geworden waarom ik wél van verhuizen houd en wél graag in het buitenland woon, maar geen mens ben voor een wereldreis. Ja graag, die nieuwe omgeving, dat andere uitzicht, die nieuwe avonturen. Maar na een week of wat wil ik wel settelen, een nest bouwen, thuis zijn. Ook al is dat steeds maar voor een paar jaar.

dinsdag 12 november 2013

Ik heb een heel zwaar leven :-)

In de Bangalore Mirror van vorige week had ik een heel interessant artikel gelezen. Memoires of Bangalore heette het en het ging over een fototentoonstelling hier in de stad. Een “interactieve show over de erfenis van de stad”.

Nu heeft Bangalore wel een bijzondere geschiedenis. Tot een jaar of 15, 20 terug was het - zo is me verteld - een wat slaperig provinciestadje met een paar honderdduizend inwoners. Door het milde klimaat en het vele groen (het wordt ook wel Garden City genoemd) was het een heel populaire stad voor gepensioneerde Britse militairen. Prachtige villa’s en heel veel bomen. Volgens onze chauffeur was onze wijk van de stad toen nog een en al jungle. Levensgevaarlijk om je na 18 uur, als het hier donker is, te vertonen. Als ik hem goed begrepen heb tenminste, want zijn Engels is nogal een puntje van aandacht….

Momenteel is Bangalore overigens één van de snelstgroeiende stedelijke gebieden van India en staat het bekend als India’s eigen Silicon Valley. Hebben we zo’n 8,5 miljoen inwoners en is de stad uit zijn kluiten gegroeid.

Maar goed, de fototentoonstelling dus. Prachtige foto’s in de krant uit eind 19e eeuw en een mooie Facebookpagina, waar mensen heel actief allerlei oude foto’s plaatsen. De tentoonstelling is nog maar tot 15 november, dus een beetje haast was geboden. Een mede-expat-vrouw en haar moeder, die net op bezoek was, wilden wel mee.

Nu wil het geval dat adressen hier niet zo makkelijk zijn als in Nederland. Zondag nog was ik aan de praat met onze gastheer (we waren uitgenodigd voor een lunch bij mensen thuis) en hij vertelde over een interessant uitje. “Waar is dat, in welke straat?” vroeg ik. Hij moest lachen en zei “Dat werkt hier bij ons een beetje anders, niet alle straten hebben namen, het is dichtbij de Outer Ring Road en dan 1,6 km die kant op, vlak bij…. (en daar was ik hem kwijt, maar lang leven Google, ik heb het weer gevonden). Bij de fototentoonstelling stond alleen de naam van het gebouw en de straatnaam (en die straat is nogal lang). Geen nummer. De chauffeur wist het vast wel.

De chauffeur had geen idee. Het kostte me alleen al een kwartier om uit te leggen dat het een Art Centre was. “A mall?”. No, an ART CENTRE (betrap me er op dat ook ik harder ga praten als iemand me niet begrijpt, totaal onzinnig, maar toch). “Handicraft?”. No, GALLERY, PHOTOGRAPHS.. Hij is toen maar gaan bellen met iemand en uiteindelijk wist hij het.

We gingen rijden en arriveerden na zo’n 5 kwartier eindelijk bij het Art Centre (ja, dat verkeer hier, dat wil je niet weten). De ingang was wat lastig te vinden, maar na een heel eind lopen hadden we het. Er zat een touw voor en er zat een bewaker naast. Die niets snapte van onze vragen en alleen herhaalde “closed”. Op zoek naar een andere ingang dan maar, het was tenslotte een langgerekt gebouw. Weer een touw en weer een bewaker. “Closed ma’am. Holiday today”. Pfff. Dat had niet in het krantenartikel gestaan. En ook niet op Facebook.

De chauffeur gebeld dat hij ons weer op kon pikken. “Same place, ma’am?” Almost, a few 100 metres along the road. “So same place?”. No, a bit further on.  En een telefoontje 5 minuten later “Where are you ma’am?” SAME PLACE BUT THEN A FEW HUNDRED METRES FURTHER ON. “Okay ma’am”.

Toen zijn we maar gezellig gaan lunchen.  En op de terugweg moesten we heel hard lachen om ons zeer zware expatleven en zongen we: http://www.youtube.com/watch?v=JLNvBvJ-F00




maandag 4 november 2013

Indiase soapserie

Momenteel kijk ik nauwelijks TV.  Zodra we straks onze eigen TV- en internetaansluiting hebben, zorgen we voor die kanalen die ook voor ons interessant zijn. Kan me nu al verheugen op The Big Bang Theory, die we al véél te lang niet meer gezien hebben (onze familie favoriet) en op de nieuwe afleveringen van Homeland.

Hier in ons tijdelijke appartement hebben we die kanalen niet en is er dus niet zoveel interessants te zien. En bij de films op zaterdagavond verlies ik het meestal van de 4 mannen in ons gezin. Tijdens de zoveelste superheldenactie, gewelddadige reddingspoging en heftige schietpartij zit ik heerlijk met mijn benen op de bank te lezen of te Facebooken.

Maar af en toe kan ik ineens een TV serie binnenvallen en dan met open mond blijven kijken. Om heel eerlijk te zijn (het siert me niet, ik weet het) heb ik dat in het verleden ook wel eens met Tell Sell en Tommy Teleshopping gehad. Van die mensen Die Met Uitroeptekens Praten! Het Hele Filmpje Door! En dan ongelooflijk blij en opgetogen zijn met een nieuw aardappelmesje of een plastic opbergdozensysteem. Ik zit dan gefascineerd en met open mond naar dit idiote gedoe te kijken. En moet oppassen dat ik niet ter plekke de telefoon pak om de Xhose oprolbare tuinslang te kopen. Of de Aqua Laser Gold multifunctionele krachtige stoomreiniger.

Anyway, een soortgelijke ervaring had ik afgelopen week bij een Indiase soap. Ik lag samen met mijn jongste zoon even op bed te kijken naar Tom en Jerry en toen hij na afloop ging douchen bleef ik aan het beeld gekluisterd. Want ik viel midden in de soap. En was weer even jaren terug in de tijd.

De tijd dat ik nog The Bold and the Beautiful keek. Iedereen die dat ook wel eens deed, kent ze wel: die blikken tussen de acteurs, die minutenlang duren en vooral heel Veelbetekenend! zijn. Met Hoofdletter en uitroepteken ja! De camera zwenkt van de een naar de ander, lippen trillen, ogen lopen langzaam vol met tranen, de muziek zwelt aan en tergend langzaam verdwijnt het beeld.

Maar nu! Nu was het nog veel mooier! Want er was buiten beeld ook een heel grote föhn aangezet. Die de lange haren van de hoofdrolspeler (een man) gelijkmatig liet wapperen. Minutenlang. Terwijl hij heel serieus zijn geliefde aankeek en vervolgens op zijn knieën neerzeeg, nadat zij hem en de kamer had verlaten. En terwijl hij op de grond lag, bleven zijn haren maar door golven.

Dit was het echte werk. Genoten heb ik! Dit was nog mooier dan Tell Sell en Tommy Teleshopping bij elkaar. En ik vrees dat als je even om de hoek had kunnen kijken, je mij met open mond en gekluisterd aan het scherm had aangetroffen…

dinsdag 29 oktober 2013

Veiligheid boven alles

Afgelopen zondag liep echtgenoot A. even een straatje om (ik ben namelijk bijna jarig J) en bij een kraampje verderop in de straat zag hij een auto staan. Met 2 kinderzitjes erin. Hij dacht meteen “dat kan niet anders dan de auto van buitenlanders zijn” en jawel, iets verderop stonden de Fransen, die die ochtend bij ons in het zwembad hadden gelegen.

Autozitjes in India. Ook wij hebben braaf de stoelverhoger voor onze jongste van 7 mee uit Nederland genomen. Want veiligheid boven alles, toch?

Hier zitten kinderen gewoon los in de auto. Achterin de auto, voorin de auto, ik heb ze zelfs in de kofferbak gezien! Geweldig natuurlijk voor die kids, met zijn 2-en naast elkaar, kofferbak open, wind door de haren. In Nederland zou die taxichauffeur zijn vergunning binnen 5 minuten kwijt zijn.

En dan die fietshelmpjes, die je steeds meer ziet in Nederland. Wij hebben ze nooit gehad, maar heb wel de artikelen gelezen over hoeveel hersenletsel je ermee kunt voorkomen. Fietshelmpjes? Hier zitten de kinderen, ook baby’s, met hun ouders op de motor. Met zijn 4-en of 5-en, lekker dicht tegen elkaar aan. Geen helm te zien.

Over stopcontactbeveiliging, fornuisrekjes en veiligheidshaakjes voor de keukenkastjes ga ik het maar niet hebben.

Waar ik het echt benauwd van krijg zijn bouwplaatsen en drukke wegen. Bouwplaatsen, waar de bouwvakkers zonder enige vorm van bescherming aan het werk zijn. Zonder zekering op meters hoogte aan het werk. Zonder helm, oor- en oogbescherming. Zonder schoenen met stalen neuzen. Vorige week zag ik er één heel fanatiek in de weer met een betonboor. Tussen zijn voeten. Die alleen in teenslippers gestoken waren. Eén keer uitschieten met die boor en weg tenen.

En dan al die kleine kindertjes, die langs de drukke straten spelen. Op centimeters afstand van motoren, bussen en vrachtauto’s. Zoef zoef zoef. Niemand die ook maar op of om kijkt. En ik met een bonzend hart in de auto, mezelf afvragend of dat wel goed gaat. Wat het vast niet altijd doet.

Ben zo benieuwd hoe ik straks, na jaren India, weer ga reageren op de Nederlandse “arbowet” cultuur. Zal het een verademing zijn? Of word ik, heel misschien, zelf ook wel een beetje losser? 

donderdag 24 oktober 2013

Massage

Stress. Waarin uit zich dat bij jullie? Bij mij in heel hoog opgetrokken schouders, een stijve nek en een vastzittende bovenrug. Dus dáár zit alle stress van de afgelopen maanden, het vermaakt zich prima  en is niet van plan te vertrekken.

Ha! Dat dacht ik dus wel. Ons hotel hier heeft een heerlijke Spa, wisten de jongens mij te vertellen na een ontdekkingsrondje door het pand. En vandaag liet ik de masseuse maar eens los op die hardnekkige stress knopen. Maar om nou te zeggen dat het lekker was, die massage…..

Eerlijk is eerlijk, als ze bezig was met mijn benen, armen of onderrug wel. Maar daar kwam ik natuurlijk niet voor. Voor de rest deed het gewoon pijn. Mán! Wat een kracht had die vrouw in haar handen! Als ze bezig was met mijn nek en schouders verging ik zowat. “Still okay, ma’am?” Ik kreunde maar wat en door ging ze. Want klagen dat het te pijn doet is natuurlijk niet handig, dan gaan die knopen nooit weg. “A bit tense, isn’t it?” probeerde ik nog vriendelijk. “Fúll of knots” was het antwoord en daar ging ze weer.

Ik ben blij dat ik ooit zwangerschapsyoga heb gedaan. “Ádem naar die pijn”. Jaja. Maar stiekem hielp het wel (zoals het ook in de tandartsstoel werkt heb ik jaren geleden gemerkt). Lekker in een lome halfslaap wegzakken ging echt niet, ik moest me wapenen voor de volgende rol, duw, trek en er heel diep naar toe ademen. Het liefst had ik me schrap gezet, maar toen ik dat 1 keer probeerde hoorde ik meteen “Relax, ma’am”. Okay. Jij bent de baas.

Aan het eind vroeg ze nog heel lief of ik stress had (wat een betere reactie was dan die van de masseur in dat grote sauna complex in Bleiswijk bijna een jaar geleden. Die begon te lachen toen hij mijn rug voelde en zei “Zooooooo, wat voor werk doe jij?”…).

Na een stoombadje en een douche ben ik nu helemaal rozig en ontspannen. Kom maar op, wereld! Echtgenoot A. moet morgenavond mijn blauwe plekken maar even tellen…


maandag 21 oktober 2013

Even een brief posten

Er moet een brief de deur uit. Een echte brief. Ben er achter gekomen dat er anno 2013 nog steeds abonnementen zijn die je niet per e-mail kunt opzeggen.

Maar dan? Hoe werkt dat hier? Waar zit een officieel postkantoor? Na navraag wist ik het en op zaterdagochtend vraag ik de chauffeur erheen te rijden, ik moet toch W. even naar een feestje brengen. “Op zaterdag is het postkantoor gesloten. Maar vlakbij het hotel zit een koeriersdienst, zullen we daar naar toe?”. Lijkt me helemaal goed.

Ik word afgezet bij een koeriersbedrijfje een stuk verderop in de straat. Een trap op en daar sta ik voor de open deur. Een kantoor van pak hem beet 3 bij 3, waar een stuk of 8 mannen bezig zijn. Twee mannen zitten te praten aan een bureau waar niets op ligt, eentje zit achter een printer en een aantal mannen staat en zit tussen allerlei pakketten en brieven die in een kast, op een tafel en op de grond liggen. Het is nogal een bende en ik krijg het een beetje benauwd. Hoe krijg ik vanaf hier mijn brief in hemelsnaam veilig in Nederland?

Op mijn vraag of ik een brief naar NL kan verzenden en of ze ook een enveloppe hebben, wordt driftig ja geknikt. Snel wordt er een krukje bij het bureau aangeschoven en de twee mannen aan het bureau beginnen zonder iets te zeggen te bellen. Ik hoor af en toe “Holland” en versta er verder niets van. Blijf maar gewoon rustig afwachten. Als er een verborgen camera had gestaan, had het me niet verbaasd, dit is te grappig.
 “One moment” krijg ik nog te horen en ineens wendt één van de mannen zich naar mij en zegt “1.080 Rupees”. Huh? Meer dan 12 euro voor 1 brief? Ik geef aan dat ik dat wel heel erg veel vind. “1080 Rupees” herhaalt hij nog een keer. Verder niks. Ik grijp deze kans om het kantoortje te verlaten. “Dat vind ik echt te veel, dank u wel!”. 

Vanmiddag dan maar naar het “echte” postkantoor. Kijken wat voor verhaal dat weer oplevert.


zondag 20 oktober 2013

Met de riksja

Als we de jongens een groot plezier willen doen, hoeven we alleen maar een ritje met de auto riksja (de “oto” zoals die hier ook wel wordt genoemd) te regelen. Goed voor een paar minuten plezier, ze vinden het geweldig. Een kick voor (bijna) niks zeg maar. Die geel-groene karretjes rijden af en aan, je hoeft nooit lang te wachten en voor een mooi prijsje word je snel en efficiënt door het verkeer heen geloodst.

En we hadden een goede reden: onze W., die al naar de kapper was geweest voor de verhuizing, is de afgelopen weken op school echt meerdere malen door verschillende docenten naar de toiletruimte verwezen. Om zijn haar even plat te maken met water. Want het zag er niet uit…… Snap best dat je bij een uniform een beetje een fatsoenlijke haardos moet hebben (anders slaat zo’n uniform ook nergens op), maar haren die uit zichzelf gewoon krullen, tja, die tem je niet zomaar.

Maar we waren het zat, de chauffeur was vrij en de kapper zit dichtbij genoeg om met de riksja te gaan. En aangezien hij ook echtgenoot A. al behoorlijk had geknipt, durfden we het wel aan. Daar gingen de jongens en ik op stap (A. had nog wat andere dingen te doen).

Vlak voor het hotel konden we al instappen. How much? 50 Rupees. Dat was een goede prijs, wist ik inmiddels en in zo’n 5 minuten waren we waar we moesten zijn. Een knipbeurt, nog even een beetje rondkijken en weer naar huis.

En toen de terugreis. De riksja rijders willen nog wel eens veel meer vragen als je terug naar huis moet. Helemaal als je lang en blond bent. Op de standplaats, waar zo’n 10 chauffeurs stonden te wachten, liepen we naar de voorste toe (maar dat had net zo goed de achterste kunnen zijn, ze bemoeiden zich allemaal tegelijk met ons). Op mijn vraag "How much?" was het antwoord "200 Rupees"…. Ja, daar ging ik natuurlijk niet mee akkoord. De chauffeur ging niet lager dan 100, ik bleef steken op 70. Dat werd hem niet, dus liepen we verder. Dat hielp natuurlijk, een hele consternatie en uiteindelijk konden we instappen. De chauffeur mompelde nog zacht “80”, ik herhaalde nog een paar keer ferm “70” en toen ging hij rijden.

Bij aankomst bij het hotel kwam hij weer terug op die 80 Rupees, maar daar ging ik niet in mee. Afspraak is afspraak tenslotte.

Tjonge wat was ik trots. Mij houd je niet voor de gek en mij afzetten gaat je ook niet lukken….. Maar dat trotse gevoel bleef maar heel even. Wat voel ik me klein. 10 Rupees, da’s 12 eurocent. Voor mij bijna niets. Voor hem best veel.

Ik vind dit echt een lastige. Het voelt niet goed om altijd en overal te veel te betalen. Alleen omdat we Westerlingen zijn en veel rijker dan zij. Ik wil graag zelf bepalen aan wie en wat ik mijn geld uitgeef.

Aan de andere kant: waarom ook niet? Ben ik niet verplicht om gewoon iets teveel te betalen? Gewoon omdat het kan? Ik het niet mis? En het de ander helpt? Ben benieuwd wat jullie hier van vinden.